Afbeelding

Wanneer is een studiekostenbeding geldig

HRM, Training & Opleiding

Waarom biedt een handtekening geen zekerheid?

Stel: een mkb-bedrijf betaalt een opleiding van € 4.800. De medewerker tekent een standaardclausule en vertrekt enkele maanden later. De werkgever vraagt de opleidingskosten terug, maar de medewerker stelt dat de cursus noodzakelijk was voor zijn dagelijkse werk.

Dit is een fictieve situatie. Het bedrag en de omstandigheden zijn verzonnen, maar de juridische vraag is concreet: mocht de werkgever deze kosten überhaupt op de werknemer verhalen? Als de opleiding verplicht kosteloos moest worden aangeboden, maakt een handtekening het terugbetalingsbeding niet alsnog geldig.

Een studiekostenbeding is een afspraak waarbij een werknemer onder bepaalde voorwaarden opleidingskosten aan de werkgever moet terugbetalen. Niet iedere opleiding leent zich daarvoor. De aard van de scholing, de toepasselijke regels en de omstandigheden gaan vóór de formulering van de clausule.

Welke scholingsregels moet u eerst onderzoeken?

Begin bij de functie van de werknemer, de inhoud van de opleiding en de verplichtingen van de werkgever. Alleen vaststellen dat een medewerker zelf om een opleiding heeft gevraagd, is onvoldoende.

Artikel 7:611a BW verplicht werkgevers werknemers in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor hun functie. Daarnaast bevat het artikel een scholingsplicht voor voortzetting van de arbeidsovereenkomst wanneer de functie vervalt of niet langer kan worden vervuld, voor zover dat redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd.

Onderzoek ook de toepasselijke cao, Europese en nationale regels en eventuele regelingen van een bevoegd bestuursorgaan. Daaruit kunnen aanvullende opleidingsverplichtingen volgen.

Wat betekent de uitspraak van de Hoge Raad uit 2025?

De Hoge Raad verduidelijkte op 26 september 2025 de verhouding tussen de scholingsplicht en kosteloze scholing. Een opleiding die de werkgever op grond van artikel 7:611a lid 1 BW moet aanbieden omdat deze noodzakelijk is voor het werk, moet kosteloos worden aangeboden. Daarvoor hoeft niet nog een afzonderlijke opleidingsplicht in een andere wet te staan.

In de openbare toelichting op die uitspraak schrijft de Hoge Raad:

“Als een werkgever een bepaalde opleiding op grond van de wet aan een werknemer moet aanbieden omdat deze noodzakelijk is voor het werk van die werknemer, moet die opleiding zonder kosten voor de werknemer worden aangeboden.”

De zaak betrof de Beroepsopleiding Advocatuur voor een advocaat-stagiaire. De betekenis voor andere werkgevers zit vooral in de uitleg van de algemene scholingsregel, niet in het zonder onderzoek gelijkstellen van iedere beroepsopleiding aan deze opleiding. Zie ook de beslissing, ECLI:NL:HR:2025:1386, met name overwegingen 3.4 en 3.5.

Wat zijn de gevolgen voor kosten en tijd?

Scholing die onder artikel 7:611a lid 2 BW valt, is kosteloos, geldt als arbeidstijd en vindt indien mogelijk tijdens de gebruikelijke werktijden plaats. Een beding dat deze scholingskosten op de werknemer verhaalt of met diens inkomsten uit het dienstverband verrekent, is volgens lid 4 nietig: het geldt van rechtswege niet.

Kijk daarbij verder dan het lesgeld. Ook noodzakelijke boeken, studiemateriaal, examengelden en reiskosten moeten in de beoordeling worden betrokken. Een verplichte opleiding op een avond plannen, maakt die scholing niet vanzelf tot onbetaalde privétijd.

Waarom vragen drie opleidingssituaties om een andere beoordeling?

De onderstaande situaties zijn fictief. Ze laten zien welke feiten een arbeidsrechtjurist nodig heeft voordat een terugbetalingsafspraak kan worden beoordeeld.

1. Een training voor een nieuw bedrijfssysteem

Een administratief medewerker moet leren werken met het nieuwe systeem dat de werkgever invoert. Zonder training kan zij haar bestaande werkzaamheden niet goed uitvoeren.

Dit wijst op scholing die noodzakelijk is voor de functie. Verzamel de functieomschrijving, de inhoud van de training en de instructies van de werkgever. Wanneer de training onder de wettelijke verplichting tot kosteloze scholing valt, is een terugbetalingsbeding daarvoor niet toegestaan, ook niet bij snel vertrek.

2. Een opleiding voor een mogelijke toekomstige managementrol

Een medewerker vraagt om een brede managementopleiding. Hij heeft geen leidinggevende functie en er is nog geen concrete benoeming afgesproken.

Hier kan ruimte bestaan voor een terugbetalingsafspraak, maar het etiket ‘persoonlijke ontwikkeling’ beslist dat niet. Is de opleiding werkelijk facultatief? Heeft de werkgever deelname toch als functie-eis gesteld? Is sprake van herplaatsing of een cao-verplichting? De antwoorden bepalen welke regels gelden.

3. Een beroepsopleiding tijdens het dienstverband

Een nieuwe medewerker gaat tijdens zijn dienstverband een opleiding volgen voor een beroepskwalificatie. De werkgever beschouwt het diploma als verantwoordelijkheid van de medewerker.

Laat onderzoeken welke werkzaamheden de medewerker al verricht, welke kwalificatie bij aanvang vereist was en hoe werk en opleiding samenhangen. De uitspraak over de advocaat-stagiaire laat zien dat een beroepsopleiding tijdens het werk niet automatisch buiten de scholingsplicht valt. ‘Een diploma is ook elders bruikbaar’ is dus geen afdoende onderbouwing voor terugbetaling.

Welke afspraken maakt u vóór inschrijving?

Leg vóór de start vast welke opleiding wordt gevolgd, welke kosten worden betaald en hoe studietijd wordt behandeld. Laat afzonderlijk toetsen of terugbetaling is toegestaan en of de afspraak voldoende duidelijk is. Onderstaande check is een gesprekshulp, geen modelcontract.

Welke opleiding en kosten vallen onder de afspraken?

Noteer de opleider, modules, startdatum, verwachte einddatum en het opleidingsdoel. Specificeer vervolgens lesgeld, boeken, examens, herkansingen, reizen en eventuele verblijfskosten. Maak duidelijk wie vooraf toestemming moet geven voor extra uitgaven.

Onderscheid het bedrag dat de werkgever betaalt van de kosten die eventueel rechtsgeldig kunnen worden teruggevraagd. Dat zijn niet vanzelf dezelfde bedragen. Houd ook rekening met subsidies, kortingen en restituties.

Hoe worden lessen, zelfstudie en examens ingepland?

Bespreek contacturen, zelfstudie, examenvoorbereiding en examens afzonderlijk. Leg vast welke tijd als arbeidstijd geldt, hoe die wordt geregistreerd en hoe het rooster wordt aangepast.

Laat bij verplichte scholing toetsen welke activiteiten onder de wettelijke bescherming vallen. Een afspraak over ‘studeren in eigen tijd’ kan wettelijke rechten niet opzijzetten. Controleer ook eventuele cao-afspraken over studieverlof.

Wat gebeurt er bij vertraging of stoppen?

Maak onderscheid tussen ziekte, onvoldoende studieresultaat, uitval van de opleider en stoppen op eigen initiatief. Spreek af wanneer werkgever en werknemer overleggen, welke begeleiding beschikbaar is en wie een herkansing goedkeurt.

Een afspraak dat bij iedere onderbreking alle kosten moeten worden terugbetaald, is geen vervanging voor een juridische beoordeling. Bij verplicht kosteloos aan te bieden scholing wordt een verboden terugbetalingsbeding niet geldig doordat de medewerker zakt of stopt.

Wat gebeurt er bij vertrek?

Als terugbetaling juridisch mogelijk is, moet de medewerker vooraf kunnen begrijpen wanneer en hoeveel hij mogelijk moet betalen. Laat een specialist onder meer de terugbetalingsperiode, een afbouw in de tijd en de gevolgen van verschillende vertrekredenen beoordelen.

Vertrek op eigen initiatief, niet-verlenging van een tijdelijk contract en beëindiging door de werkgever zijn verschillende situaties. Vermijd een ongedifferentieerde afspraak over ‘uitdiensttreding’. Leg een eventuele berekeningswijze uit met concrete bedragen; een duidelijke rekensom maakt een verboden afspraak overigens niet geldig.

Wanneer mag een werkgever studiekosten terugvragen?

Terugvragen kan alleen wanneer kostenverhaal voor de betreffende scholing is toegestaan, er een geldige en voldoende duidelijke afspraak bestaat en de concrete omstandigheden een beroep daarop toelaten. De werkgever moet bovendien kunnen onderbouwen welke kosten zijn gemaakt en hoe het gevraagde bedrag is berekend.

Trek een betwist bedrag niet automatisch van het laatste salaris af. De vraag of een vordering bestaat en de vraag of verrekening is toegestaan, vereisen elk een beoordeling.

Schakel vóór inschrijving een arbeidsrechtadvocaat in bij twijfel over noodzakelijke scholing, beroepskwalificaties, cao-verplichtingen of aanzienlijke terugbetalingsbedragen. Doe dat opnieuw wanneer vertrek of een conflict speelt. Geef de specialist de arbeidsovereenkomst, cao, functieomschrijving, opleidingsinformatie en het voorgenomen beding mee.

Bronnen geraadpleegd op 29 oktober 2026: artikel 7:611a BW en de hierboven genoemde beslissing en toelichting van de Hoge Raad. Dit artikel is algemene ondernemersinformatie. Er heeft geen onafhankelijke juridische eindcontrole door een arbeidsrechtadvocaat plaatsgevonden; de fictieve situaties zijn geen getoetste dossiers en vervangen geen individueel advies.

Waar vindt u meer ondernemerskennis?

Goede opleidingsafspraken beginnen met een gesprek over werk, ontwikkeling en verwachtingen. De juridische toets bepaalt vervolgens welke afspraken mogelijk zijn. Houd die twee stappen uit elkaar: een prettig gesprek vervangt geen rechtsgeldige afspraak, en een standaardclausule vervangt geen beoordeling van de opleiding.

Voor meer ondernemersinformatie en kennisuitwisseling kunt u terecht bij Nederland in Business, onderdeel van In Business Network. Het platform verbindt ondernemers via media en netwerkactiviteiten; het biedt hiermee geen juridisch advies over uw studiekostenbeding.


Voor HR- en juridische dienstverleners: deel uw expertise

Kunt u een arbeidsrechtelijk of HR-vraagstuk begrijpelijk maken voor ondernemers? Neem contact op met In Business Network om de mogelijkheden voor kennisdeling te bespreken. Wilt u daarnaast uw zakelijke zichtbaarheid versterken, bekijk dan de mediaproducten.

Advertentie-

Meld je aan voor de nieuwsbrief van
Nederland in Business