Afbeelding

Waarom uitstel van zero-emissiezones je wagenpark al kost

Logistiek & Mobiliteit

Wachten lijkt vaak verstandig, zeker als je nog geen boete riskeert. Voor wagenparkbeheerders ontstaan de kosten meestal al eerder: in de maanden en jaren vóór de invoering van een zero-emissiezone. Gemeenten voeren deze zones sinds 1 januari 2025 gefaseerd in. Begin maart 2025 hadden al 14 gemeenten een zone, en later volgden er nog circa 15. Er zijn wel afspraken over een boetevrije periode, extra tijd voor sommige Euro 6-bestelauto’s en landelijke ontheffingen.

De nieuwe regels veranderen je wagenpark

Zero-emissiezones zijn stadsgebieden waar op termijn alleen nog uitstootvrije bedrijfsauto’s en vrachtwagens mogen rijden. Voor bestelauto’s die vanaf 1 januari 2025 op kenteken zijn gezet, geldt in de praktijk dat ze zero-emissie moeten zijn om de zone in te mogen. Voor bestelauto’s met emissieklasse 6 en een datum eerste toelating van vóór 1 januari 2025 geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2029.

Dat vraagt om een andere aanpak. Kijk niet alleen naar afschrijving, maar ook naar inzet per route, voertuigmix en vervangingsmoment. Een busje kan boekhoudkundig nog jaren meegaan, maar commercieel al niet meer welkom zijn in de zone.

Waarom uitstel duur uitpakt

Uitstellen lijkt aantrekkelijk, maar het vergroot vaak de kosten. Je kunt later in korte tijd meerdere voertuigen moeten vervangen. Dat maakt de investering zwaarder en lastiger te plannen.

Er speelt nog iets mee: de markt staat onder druk. Wie te laat bestelt, krijgt vaker te maken met lange levertijden en beperkte ruimte voor laadinfrastructuur. Elektrische bestelbussen kunnen wel goedkoper zijn in onderhoud en brandstof, maar ze kosten meestal meer bij aanschaf. Daarom hoort een keuze over vervanging, subsidie en totale kosten nu al in het beleid thuis.

Laadcapaciteit wordt een strategisch punt

Voor bedrijven die willen elektrificeren, vormt de laadcapaciteit vaak de grootste beperking. Je moet weten hoeveel voertuigen tegelijk kunnen laden, op welk moment en met welke netaansluiting.

Daarom werkt dit alleen goed als operations, finance, vastgoed en inkoop samenwerken. Het gaat niet alleen om laadpalen plaatsen. Je moet ook weten welke routes dagelijks binnen de zone vallen en welke voertuigen daar structureel voor nodig zijn.

Als de aansluiting tekortschiet, kan een bedrijf onder voorwaarden een ontheffing aanvragen wegens netcongestie. Dat geeft ruimte, maar het is vooral een noodoplossing.

Wat dit betekent voor lease en vervanging

Leasecontracten kunnen wringen als ze niet passen bij de invoering van de zones. Een voertuig kan financieel nog passen binnen een looptijd, maar operationeel eerder vervangen moeten worden.

Een praktische aanpak is om je wagenpark in drie groepen te verdelen:

  1. voertuigen die structureel in zero-emissiezones rijden;

  2. voertuigen die tijdelijk onder een overgangsregeling vallen;

  3. voertuigen die buiten de zone kunnen blijven tot een later moment.

Zo voorkom je dat je één standaardplan op het hele wagenpark toepast. De toegangsregels verschillen per voertuigtype en per datum eerste toelating, dus een controle per kenteken blijft nodig.

De beste volgorde is nu al plannen

De vraag is niet of je moet bewegen, maar hoe gecontroleerd je dat doet. Breng per voertuig in kaart waar het rijdt. Koppel daar de toegangsregels aan. Maak vervolgens een vervangingskalender per groep en toets direct de laad- en netcapaciteit.

Wie nu plant, houdt later meer keuzevrijheid, minder stress en een betere onderhandelingspositie. Zero-emissiezones zijn geen tijdelijk verkeersbord, maar een vaste planningsvraag voor je hele wagenpark.

Advertentie-

Meld je aan voor de nieuwsbrief van
Brabant in Business